De 3 (4) fases van de bevalling

, 3.612 keer bekeken

De eerste fase of de ontsluitingsfase:


Als je om de 5 (à 10) minuten weeën hebt, kun je best naar de kraamkliniek vertrekken.
In de materniteit zal je eerst onderzocht om te controleren of je bevalling wel echt begonnen is. Is dit inderdaad het geval, dan wordt je wordt naar de arbeidskamer gebracht.
Een vroedvrouw zal je toucheren om na te gaan hoeveel ontsluiting je al hebt. Ze zal je ook een laxeermiddel toegdienen om te vermijden dat je wat ontlasting verliest tijdens het persen. Vervolgens wordt je aan de monitor gelegd, om de weeënactiviteit en de hartslag van de baby te volgen.

De ontsluitingsweeën zullen ervoor zorgen dat je 10 cm ontsluiting krijgt. Soms zijn ze volgen ze elkaar niet snel genoeg op, zijn ze niet krachtig genoeg of te ondoelmatig, en moet men je alsnog aan een infuus leggen. Als je 3 tot 4 cm ontsluiting hebt en je vliezen zijn nog intact, zal de dokter ze waarschijnlijk breken met een speciaal haakvormig instrumentje. De vliezen breken doet geen pijn, maar de weeën erna kunnen wel pijnlijker zijn.

Vindt je de weeën te pijnlijk of vordert het maar langzaam, dan kun je altijd om epidurale verdoving of een ruggenprik vragen. Hierbij wordt het onderste deel van je lichaam verdooft door een inspuiting tussen 2 ruggenwervels. Dit wordt uitgevoerd door een anesthesist op het moment dat je tussen de 2 en 5 cm ontsluiting hebt.

De tweede fase of de overgangsfase:


Als je bijna 10 cm ontsluiting hebt wordt je naar de verloskamer gebracht.
Je weet nu dat het niet lang meer zal duren vooraleer je mag gaan persen.
Het is de overgang tussen de eerste en derde fase: vandaar de ook de naam.

De derde fase of de uitdrijvingsfase:


Bij de volle 10 cm wordt de dokter erbij geroepen en mag je gaan persen. Je mag telkens je een wee voelt persen, je houdt hierbij je adem in en perst tot op het einde van elke wee. Luister goed naar de vroedvrouw, ze zal je begeleiden en de nodige instructies geven.
Indien nodig zal de dokter je inknippen, om te voorkomen dat je gaat inscheuren als je baby's hoofdje naar buiten komt. Een knip zou makkelijker te naaien zijn omdat ze mooi recht is en zou meestal ook vlotter genezen dan een inscheuring.

Soms moet men je baby helpen met geboren te worden. Men kan hiervoor ofwel de vacuümpomp* ofwel de verlostang* gebruiken.

(*) Bij een vacuumextratie wordt een zuignap op je baby's hoofdje geplaats. De zuignap is verbonden met een pomp, die ervoor gaat zorgen dat de zuignap vacuum gezogen wordt en zo goed vastzit op je baby's hoofdje.

(*) De verlostang bestaat uit 2 'lepels'. Deze worden aan weerzijden van je baby's hoofd aangebracht.

Terwijl je baby onderzocht wordt, begint je baarmoeder weer samen te trekken. Nog 1 keer persen, terwijl de dokter lichtjes aan de navelstreng trekt en eventueel op je buik drukt, en de placenta wordt naar buiten gedreven.
De placenta wordt nauwkeurig onderzocht of ze wel volledig is, achtergebleven stukjes kunnen voor bloedingen en zelfs ontstekingen zorgen.
Hierna wordt je gehecht, terwijl je baby lekker tegen je aan ligt. Eindelijk!

De naweeën:


Bij een tweede of later bevalling kun je nog een dag ofwat last hebben van naweeën. Dit is je baarmoeder die je nog een tijdje voelt samentrekken. Deze samentrekkingen zijn belangrijk om eventuele bloedingen tegen te gaan.

In België bevalt slechts 1 procent van de vrouwen thuis.

Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld