Mogelijke problemen bij couveusekindjes

, 1.692 keer bekeken

Ademhalingsmoeilijkheden:


Na de geboorte komt de ademhaling in de meeste gevallen vanzelf op gang. Je baby begint te ademen door toedoen van bepaalde prikkels, waaronder:
  • de lagere temp. buiten de baarmoeder

  • de daling van de zuurstof in het bloed

  • ...

Het kan wel enkele minuten duren vooral je baby zelf gaat ademen omdat de zijn bloedsomloop die tijd nodig heeft om zich aan te passen van een zuurstofopname via de moederkoek tot het opnemen van zuurstof via de longen.
In sommige gevallen zijn er echter bijkomende prikkels nodig. De slijmpjes moeten dan bijvoorbeeld eerst weggezogen worden om de luchtwegen goed vrij te maken. Heel af en toe moet er extra zuurstof toegediend worden.

Apnoë-aanvallen:


Onze ademhaling wordt gestuurd vanuit de hersenen. Veel te vroeg geboren baby's hebben niet alleen onrijpe longetjes, maar ook onrijpe hersenen. Hierdoor kan hun ademhaling nog heel onregelmatig zijn. Soms vergeten ze het gewoon om adem te halen.

Geelzucht:


Doordat de lever nog niet volledig functioneert, kleuren ongeveer de helft van alle baby's een beetje geel tijdens hun eerste levensweek. Doordat hun lever nog niet optimaal werkt, kan hij de afbraak van de rode bloedlichaampjes niet volgen.
Hierdoor ontstaat een ophoping van bilirubine, die de huid en slijmvliezen gelig kleurt. Vaak werkt de lever na enkele dagen wel efficiënt en verdwijnt de gele kleur.
In sommige gevallen is de concentratie van bilirubine in het bloed zo hoog, dat de lever de afbraak ervan niet kan volgen. Dan moet men ingrijpen, want anders is de kans op een hersenbeschadiging reëel. Daarom onderzoekt men uit voorzorg het bloed van alle pasgeborenen die geel zien. Mocht hieruit blijken dat hun bilirubinegehalte aan de hoge kant is, worden ze onder een blauwe lamp gelegd: de zogenaamde fototherapie. Bilirubine wordt namelijk onder invloed van licht afgebroken en zo kunnen meer ernstige vormen van geelzucht voorkomen worden.

Te laag bloedsuikergehalte:


Vooral dysmature baby's hebben hier vaker last. Doordat er voor hun geboorte te weinig glucose via de placenta aangevoerd werd, hebben ze na hun geboorte vaak een te kleine reserve. Dit kan voor stofwisselingsproblemen zorgen.
De eerste dagen dient het glucosegehalte in hun bloed dan ook regelmatig gecontroleerd te worden. Ook is het heel belangrijk dat ze zo vlug mogelijk na hun geboorte gevoed worden. Lukt dit om de een of andere reden niet, dan krijgen ze een infuus met extra glucose.

Reflexen:


Op tijd geboren baby's hebben een aantal reflexen zoals: het "slik-", "zuig-", "loop-", "grijp-" en "schrik-"reflex. De meeste reflexen verdwijnen in de loop van de eerste weken en maken plaats voor doelbewuste bewegingen.
Te vroeg geboren baby's hebben bepaalde reflexen nog niet. Hierdoor kunnen prematuurtjes bijvoorbeeld nog niet zuigen en/of slikken. Deze baby's krijgen dan sondevoeding, tot ze rijp genoeg zijn om zelf te drinken.

Slikproblemen:


Veel premature baby's kunnen nog niet goed zuigen en/of slikken. Deze baby's zal men sondevoeding geven. Bij sondevoeding wordt een dun slangetjes of sonde via hun neusje in hun maagje gestopt. Nu kan men de melk met een spuitje in de sonde spuiten zodat de melk rechtstreeks in de maag terechtkomt.
Parenterale voeding: in sommige gevallen is het nodig om extra voeding via een infuus toe te dienen. Indien nodig kunnen op deze manier ook gemakkelijk medicijnen toegediend worden.

Voedingsproblemen:


Heel wat te vroeg geboren baby's hebben af te rekenen met een voedingsprobleem. En dat terwijl voeding juist zo belangrijk is om je kindje goed te laten groeien.
Nogal wat kindjes hebben last van bepaalde spijsverteringsstoornissen. Deze ontstaan doordat hun maagje nog te weinig voedsel met de keer kan verteren of omdat hun de bewegingen van hun darmen te traag zijn. De hoeveelheid voeding en hoe vaak je baby gevoed moet worden, zal dus vaak nauw samenhangen met het gewicht en de rijpheid van je baby.
De beste voeding voor een couveusebaby is moedermelk. De melk van een te vroeg bevallen moeder is volledig aangepast aan de behoeften van haar te vroeg geboren kindje. Moedermelk bevordert de ontwikkeling, waardoor couveusekindjes die borstvoeding krijgen (al dan niet via een sonde) zich beter ontwikkelen. Bovendien is het van groot belang dat een couveusebaby niet met een flesje gevoed wordt (in geval dat het moedermelk krijgt), maar dat dit via een beker, of beter nog rechtstreeks aan de borst kan drinken. Zoniet bestaat de kans op tepel-speenverwarring, waardoor de borstvoeding later problemen kan ondervinden (vooral tepelproblemen en het niet effectief zuigen, waardoor weer een hele hoop problemen kunnen ontstaan).

Braken:


Meestal is dit een teken dat er iets verkeerd loopt met hun voeding. Misschien zijn de gegeven hoeveelheden te groot of kunnen ze de voeding nog niet voldoende verteren.

Opgezet buikje:


Sommige prematuurtjes hebben een opgezet buikje. Dit wijst er meestal op dat er teveel lucht, voedingsresten en darmsappen aanwezig zijn in hun spijsverteringstelsel, waardoor de voeding niet door kan. Men gaat dan de hoeveelheid en het aantal voedingen moeten aanpassen.

Obstipatie:


Bij voldragen baby's komt het meconium (allereerste stoelgang) meestal tijdens de eerste twee dagen te voorschijn. Prematuurtjes hebben vaak meer last om hun meconium kwijt te raken.

Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld