Spermadonatie in België

, 2.830 keer bekeken
Het doneren van zaadcellen is één van de oudste behandelingen voor infertiliteit want deze behandeling gaat terug tot de 18de eeuw. Dankzij spermadonatie konden paren die onvruchtbaar waren wegens een ernstige mannelijke onvruchtbaarheid toch hun kinderwens realiseren.
De populariteit van deze behandeling nam gestaag af na ontwikkeling van de intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) in 1992. Bij deze laatste techniek wordt één enkele zaadcel rechtstreeks in een eicel gebracht tijdens een in-vitro fertilisatie behandeling. Mannen met weinig goede zaadcellen waren aldus niet meer aangewezen op zaaddonatie alleen.
Toch opteren paren met een ernstige mannelijke onvruchtbaarheid nog regelmatig voor een eenvoudige inseminatie met gedoneerde zaadcellen, eerder dan voor een ingewikkelde en dure ICSI behandeling . Daarnaast is er een steeds grotere vraag vanwege zowel lesbische paren alsook bewust alleenstaande vrouwen die beroep wensen te doen op zaaddonatie om hun kinderwens te realiseren.

Wat zegt de Belgische wet?


De Belgische wet betreffende de medisch begeleide voortplanting voorziet dat elke persoon die besloten heeft om ouder te worden door middel van medisch begeleide voortplanting, een behandeling kan genieten ongeacht of dit met zijn eigen of gedoneerde gameten of embryo's gebeurd. Van de fertiliteitcentra wordt verwacht dat zij een grote transparantie vertonen in verband met de toegankelijkheid van de geboden behandelingen inclusief zaaddonatie.

Een fertiliteitcentrum mag echter een vraag tot zaaddonatie weigeren op basis van een gewetensclausule. De geraadpleegde arts van het centrum dient dan binnen de maand de wensouder op de hoogte te stellen van de weigering om in te gaan op het verzoek om zulke behandeling. Elke weigering moet in principe schriftelijk gebeuren, de motivering bevatten, en zo gewenst de referentie bevatten van een ander fertiliteitcentrum waartoe de wensouder of wensouders zich kunnen richten.

Elk land beslist autonoom


Toch is het niet alleen het niet-discriminatief karakter van de Belgische wetgeving dat zorgt ervoor dat de vraag naar donorzaad groot blijft. Binnen Europa bestaan er namelijk grote verschillen van land tot land qua wetgeving. De Europese regelgeving voorziet dat elk land autonoom via de eigen wetgeving de donatie van gameten, inclusief zaadcellen, kan reguleren.

Zo hebben in de afgelopen jaren een klein aantal Europese landen bepaald dat zaaddonoren identificeerbaar moeten zijn (o.a. Duitsland, Nederland, Zweden, Verenigd Koninkrijk). In deze landen worden persoonsidentificerende gegevens opgeslagen zodat deze op vraag van het opgroeiende kind ter zijner tijd kunnen verstrekt worden. Deze regelgeving is het gevolg van een zeer brede interpretatie van het artikel 7 van het verdrag inzake de rechten van het kind dat inhoudt dat, voor zover mogelijk, een kind het recht heeft zijn of haar ouders te kennen.

Schaarse wetenschappelijke studies tonen echter aan dat de openheid vanwege de wensouders naar hun kind toe in de meeste Europese landen zeer beperkt is. Dit omdat de wensouders het gebruik van donorzaad verborgen houden voor hun kind of dat, zelfs bij lesbische paren, het kind zelf een vrij beperkte interesse vertoont naar persoonsidentificerende gegevens van de zaaddonor.

De schaarste aan zaaddonoren


Spijtig genoeg is in de landen die in een persoonsidentificatie van een donor voorzien, de medisch begeleide zaaddonatie vrijwel stilgevallen.
Er is behalve een medisch toerisme naar een buurland, ook een parallel "grijs" circuit van verse zaaddonoren ontstaan. Deze donoren bieden zich vrijwillig en tegen betaling aan via het internet. Soms zit er zelfs een georganiseerd systeem achter inclusief koerierdienst die de verse zaadstalen van donor naar ontvangster brengen. Behalve het feit dat het hier een medisch niet controleerbaar circuit betreft dat volledig onverantwoord is, is het vaak zo dat de wetgeving in een aantal landen voldoende achterpoortjes bevat zodat deze praktijken ongehinderd kunnen plaatsvinden.

In België werd in 2007 een wetsontwerp goedgekeurd omtrent de medisch begeleide voortplanting inclusief de zaaddonatie.
Deze wet stelt dat de handel in menselijke gameten verboden is. De gratis donatie van gameten is echter wel toegestaan. Er moet dan wel een vergoeding om loonverlies of verplaatsingskosten van de donor te dekken worden voorzien.
Verder voorziet de wet dat de zaadcellen van eenzelfde donor niet mogen gebruikt worden om bij meer dan zes verschillende vrouwen één of meer kinderen te laten geboren worden. Dit houdt dus in dat maximum zes vrouwen per donor kunnen geïnsemineerd en zwanger worden. Een wetenschappelijke basis voor deze uiterst lage limiet bestaat niet. In Denemarken, een land met een bevolking die maar half zo groot is als die van België ligt het aantal vrouwen dat per zaaddonor mag geïnsemineerd worden boven de 20!
Samen met de gestegen vraag aan zaaddonoren door wensouders uit de ons omringende landen, zorgt deze limiet opgenomen in de Belgische wetgeving tot een relatieve schaarste aan zaaddonoren in ons land.

Enkel anoniem doneren?


Zaaddonatie in België gebeurt in principe anoniem. Toch voorziet de wet ook in niet-anonieme donatie berustend op de wederzijdse toestemming van donor en ontvanger.
Hoewel niet duidelijk gestipuleerd in de wet, wordt een gekende donatie (waarbij de wensouders de identiteit van de zaaddonor kennen) dus in principe niet uitgesloten. Bij een identificeerbare donor kan op een later tijdstip kennis genomen worden van de identiteit van de zaaddonor, hetzij door het kind van de wensouders hetzij door de wensouders, of door beiden.

De spermabanken


Er bestaat geen specifieke erkenning als spermabank, toch zijn Belgische spermabanken onderworpen aan de Belgische wetgeving inzake weefselbanken die in voege is sinds 13 juni 1986. Deze wet voorziet een regelgeving omtrent het wegnemen, transplanteren alsook inbanken van weefsels en organen.
Spermabanken worden aldus gecontroleerd door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Hoeveel weefselbanken in België effectief zaadcellen inbanken, is niet exact geweten. Maar aanleiding van een parlementaire vraag werd in juli 2005 door de betrokken minister gemeld dat volgens de gegevens van de jaarlijks statistische enquête van de medische activiteit in de ziekenhuizen 22 ziekenhuizen in België melden dat ze beschikken over faciliteiten voor het invriezen en bewaren van gameten.

Sinds 1 december 2009 is ook in België de stricte Europese weefselbank directieve in voege getreden. Weefselbanken, inclusief spermabanken moeten op basis van de huidige regelgeving een kwaliteitssysteem implementeren. Deze nieuwe regelgeving, de complexiteit en de kosten verbonden aan het invriezen en bewaren van gameten van zaaddonoren, de regelmatige controles, de implementatie van een kwaliteitssysteem en de belangrijke inspanningen die geleverd moeten worden om zaaddonoren te recruteren (zie bv. www.spermadonor.be) maken dat meer en meer fertiliteitscentra opteren om gecryopreserveerde donorzaadcellen aan te kopen bij buitenlandse (vaak Deense) commerciële spermabanken. Op deze manier kunnen behandelingen met donorzaad uitgevoerd worden in overeenstemming met de geest van de Belgische wet. Op termijn echter zal deze medisch slecht onderbouwde wet er mogelijk toe leiden dat er in Europa slechts enkele grote multinationale commerciële zaadbanken over zullen blijven. En dit zou voor de patiënt een zeer slechte zaak zijn.

Met dank aan: Prof. Dr. Herman Tournaye
Centrum voor reproductieve geneeskunde van het Universitair ziekenhuis Brussel:
www.brusselsivf.be en www.spermadonor.be

Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld